Voor 1870 hing er alleen tekst op straat
Een aanplakbiljet was tot ver in de negentiende eeuw een vel met letters. Zwarte houtletter op gekleurd papier, in de grootste maat die de drukker in de kast had liggen, en verder niets. Niet omdat niemand een plaatje wilde, maar omdat kleur drukken op affichegrootte onbetaalbaar was.
De steendruk bestond al sinds 1798, maar dan in één kleur. Wie meer kleuren wilde, moest voor elke kleur een aparte steen slijpen, tekenen en precies onder de pers leggen. Eén millimeter verschuiving en het hele vel was afval. Bij een oplage van duizend affiches liep dat zo uit de hand dat het alleen voor luxe drukwerk werd gedaan.
Chéret maakt kleur betaalbaar
Jules Chéret leerde het vak in Londen en opende in 1866 een eigen drukkerij in Parijs. Zijn vondst was niet één uitvinding maar een werkwijze: hij bracht het aantal stenen terug tot drie — rood, geel en blauw, met het wit van het papier als vierde 'kleur' — en tekende zó dat de kleuren elkaar in vlakken en arceringen aanvulden in plaats van elkaar te moeten dekken.
Daarmee zakte de prijs per affiche tot iets wat een theater of een likeurstoker kon betalen. Chéret maakte er in zijn leven meer dan duizend, vrijwel altijd met een lachende, dansende vrouw in het midden — de Parijzenaars noemden haar de chérette. Hij wordt niet voor niets de vader van de moderne poster genoemd.
Mucha, in één nacht beroemd
Op 1 januari 1895 hing in Parijs een affiche voor het toneelstuk Gismonda, met Sarah Bernhardt levensgroot in een smalle, hoge lijst. De maker was een onbekende Tsjech, Alfons Mucha, die de opdracht kreeg omdat de vaste tekenaars met kerstvakantie waren.
Het affiche viel op omdat het alles anders deed: bijna twee meter hoog en maar zeventig centimeter breed, bleke kleuren in plaats van schreeuwend rood, en een figuur die rustig staat in plaats van danst. Bernhardt tekende meteen een contract voor zes jaar. De stijl die volgde — lange lijnen, haar dat als een ornament over het vlak krult, een cirkel als een aureool achter het hoofd — heet sindsdien jugendstil of art nouveau, en Mucha's naam zit er zo aan vast dat de Fransen het gewoon le style Mucha gingen noemen.
Toulouse-Lautrec doet er kleuren af
Waar Mucha vulde, liet Henri de Toulouse-Lautrec weg. Zijn affiche voor de Moulin Rouge uit 1891 heeft vier kleuren, een silhouet van publiek in plat zwart en een gele lamp die alleen maar een vlek is. Het werkt op honderd meter afstand, en dat was precies het punt.
Die twee lijnen — de decoratieve van Mucha en de harde, vlakke van Lautrec — lopen daarna door de hele geschiedenis van het affiche. De art deco van dertig jaar later komt rechtstreeks uit de tweede.
Verzamelwoede, en wat dat nu betekent
Rond 1895 sloeg in Parijs de affichomanie toe: mensen sneden posters van de muur, ruilden ze en gingen naar veilingen. De uitgever Chaix speelde daarop in met Les Maîtres de l'Affiche, een reeks die van 1895 tot 1900 elke maand vier verkleinde steendrukken opstuurde, 256 platen in totaal, op een formaat van ongeveer 40 bij 29 centimeter.
Die platen komen nog steeds veel voor, en daar zit een valkuil. Het zijn echte steendrukken uit de periode, geen moderne herdruk — maar het zijn ook geen straataffiches. Wie een 'Mucha uit 1896' koopt op A3-formaat, heeft vrijwel zeker zo'n plaat. Mooi, maar een andere prijsklasse. Hoe u dat verschil ziet, staat in origineel of herdruk.
