Begin met de loep
Neem een loep van tien keer en kijk naar een kleurvlak, bij daglicht. Bij een steendruk uit de periode ziet u een egaal vlak of een fijne, onregelmatige korrel, en op de randen soms een haarbreed verschoven kleur — de stenen lagen nooit helemaal precies.
Bij een offsetdruk ziet u een regelmatig patroon van ronde puntjes in rozetten, in vier kleuren. Bij een moderne inkjetprint ziet u een willekeurige spatnevel zonder patroon. Deze drie zijn met een beetje oefening in tien seconden uit elkaar te houden, en ze vertellen u meteen in welke eeuw u zit.
Het papier vertelt de rest
Affiches werden gedrukt op goedkoop papier dat bedoeld was om een paar weken op straat te hangen. Na tachtig jaar is dat papier iets grauw of licht geel, voelt het droger aan dan nieuw papier en is het aan de randen bros.
Kijk ook tegen het licht in. Oud affichepapier is vaak ongelijk van dikte en laat wolkjes zien; modern papier is machinaal egaal. En let op vouwen: bij reis- en filmaffiches horen die er vaak juist bij, want zo werden ze verstuurd.
Maat, drukkersregel en oplage
Meet het vel en vergelijk het met de bekende maat van dat affiche. Reproducties zijn vrijwel altijd kleiner, omdat de meeste mensen geen muur van 120 bij 160 centimeter hebben.
Zoek daarna onderaan naar de drukkersregel: naam en plaats van de drukkerij, soms met een jaartal of een depotnummer. Die staat op originelen bijna altijd, en bij herdrukken vaak niet, of in een lettertype dat niet bij de rest past. Een genummerde oplage met potlood erbij wijst juist op een moderne kunstuitgave — netjes, maar niet oud.
Gedoubleerd op linnen: geen bezwaar
Veel oude affiches zijn op linnen gezet: het vel wordt gevlakt, op zuurvrij papier en daarna op doek geplakt. In andere verzamelgebieden zou zo'n ingreep de waarde drukken, maar in de affichehandel is het de norm en wordt het meestal juist gewaardeerd.
Reden is praktisch: een groot vel dun papier is anders nauwelijks te hanteren en scheurt bij elke beweging. Vraag wel altijd of het reversibel is uitgevoerd en met welke lijm, want dat is het verschil tussen een restauratie en een beschadiging.
Een goede reproductie is geen tweede keus
Als het u om het beeld gaat en niet om het document, is een moderne druk vaak de verstandigste keuze: u hangt hem zonder zorgen aan een lichte wand en vervangt hem over tien jaar. Let dan wel op de kwaliteit — pigmentinkt op zwaar papier houdt kleur veel langer vast dan een goedkope poster van gestreken papier.
Vraag bij een kunstreproductie dus door op drie dingen: op welk papier het gedrukt is, met welke inkt, en of de kleur op het origineel is gemeten of op het oog benaderd. Een druk op zwaar archiefpapier met pigmentinkt kost een veelvoud van een gewone posterprint, en dat verschil is aan de muur na een paar jaar goed te zien.
